Programma: 7. Algemene dekkingsmiddelen, overhead, Vpb, onvoorzien | |||||||
Bedragen x € 1.000,- | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties per taakveld | |||||||
0.4 Overhead | 260 | 1.320 | 164 | 101 | |||
0.5 Treasury | -1.100 | ||||||
0.61 OZB Woningen | |||||||
0.62 OZB Niet-woningen | |||||||
0.64 Belastingen overig | -35 | -35 | -35 | -35 | |||
0.7 Alg. Uitkeringen en ov. Uitkeringen GF | -653 | -401 | -365 | -398 | |||
0.8 Overige baten en lasten | 129 | 278 | 278 | 278 | |||
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) | |||||||
Totaal mutaties per programma | -1.399 | 1.162 | 42 | -54 | |||
Analyse van het verschil tussen begroting na wijziging en rekening |
|---|
Taakveld 0.4 Overhead (nadeel € 260.000 in 2026, nadeel € 1.320.000 in 2027, nadeel € 164.000 in 2028 en nadeel € 101.000 in 2029)
ICT en DIV (totaal voordeel incidenteel € 940.000 voor 2026 en nadeel € 1.148.000 voor 2027)
Voor 2026 wordt een incidenteel tekort van € 160.500 verwacht op de budgetten voor ICT en DIV. Daarnaast is in 2027 € 48.000 aan aanvullende middelen nodig. De afwijkingen worden voornamelijk veroorzaakt door noodzakelijke maatregelen voor informatiebeveiliging, tijdelijke specialistische ondersteuning en hogere kosten voor ICT-systemen en informatiebeheer.
ICT
Uit een beveiligingsonderzoek zijn kwetsbaarheden in de ICT-omgeving naar voren gekomen die met prioriteit moeten worden aangepakt. Hiervoor is in 2026 € 68.000 aan aanvullende specialistische ondersteuning nodig en in 2027 nog € 18.000. Daarnaast zijn extra kosten gemaakt voor tijdelijke ondersteuning van het ICT-beheer en lopende projecten (€ 25.000), vervanging van de toegangsbeveiliging van het gemeentehuis (€ 26.000) en aanvullende licenties voor het zaaksysteem (€ 7.500). Deze maatregelen zijn noodzakelijk om de veiligheid, continuïteit en betrouwbaarheid van de gemeentelijke bedrijfsvoering te waarborgen.
DIV (Documentaire informatievoorziening)
Voor DIV zijn aanvullende kosten ontstaan voor het digitaal toegankelijk maken en actualiseren van documentsjablonen (€ 20.000) en hogere abonnementskosten (€ 14.000). Daarnaast is in 2027 € 30.000 nodig voor het wegwerken van achterstallig onderhoud aan het analoge archief, waarvan de uitvoering is vertraagd.
Budgetoverhevelingen naar 2027
Door vertraging in de uitvoering van twee ICT-projecten worden de hiervoor beschikbare budgetten in 2026 niet volledig benut. Daarom wordt voorgesteld om € 597.000 voor de vervanging van het zaaksysteem en € 453.000 voor de implementatie van het nieuwe regiesysteem in het sociaal domein over te hevelen naar 2027. Het betreft een verschuiving van bestaande budgetten van in totaal € 1.050.000, die in 2026 tot een voordeel en in 2027 tot een even groot nadeel leidt. Per saldo heeft deze overheveling over beide jaren geen financieel effect.
Om dergelijke budgetoverhevelingen in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen, willen we bij de begrotingsvoorbereiding kritischer kijken naar de haalbaarheid van projectplanningen en de benodigde uitvoeringscapaciteit. Daarbij streven we ernaar projectbudgetten zoveel mogelijk op te nemen in het begrotingsjaar waarin de uitgaven daadwerkelijk worden verwacht. Hiermee verbeteren we de realiteitswaarde van de begroting en beperken we tussentijdse budgetverschuivingen.
Actualisatie personeelslasten (nadeel structureel € 1.196.000 in 2026 aflopend naar € 98.000 in 2029)
Personeelslasten bestuur
De salarisverhogingen uit de CAO-Rijk vanaf 1 juli 2026 gelden ook voor politieke ambtsdragers. Hierdoor stijgen de salarissen van burgemeesters en wethouders, net als de toelagen van raadsleden en fractievoorzitters, met 2,7%. Daarnaast ontvangen burgemeesters en wethouders een eenmalige bruto uitkering van € 1.000. Dit betekent een stijging van de personeelslasten van € 23.386 in 2026. Voorgesteld wordt om dit ten laste te brengen van de financiële positie.
De structurele doorwerking vanaf 2027 zal worden verwerkt in de eerste bestuursrapportage 2027 en ten laste worden gebracht van de stelpost loonontwikkeling 2027.
Appa-wachtgelduitkering
Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 hebben voormalige wethouders recht op wachtgeld. Dat staat in de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (APPA). Het wachtgeld duurt even lang als de wethouder in functie was. Het maximum is 3 jaar en 2 maanden (38 maanden).
Heeft een oud-wethouder in die periode andere inkomsten? Dan verrekenen wij die direct met de uitkering. Denk aan loon uit een nieuwe baan of winst uit een onderneming.
Het wachtgeld kost voor 38 maanden maximaal € 351.630. Dat bedrag is inclusief loopbaanbegeleiding. In de begroting is hiervoor geen ruimte. Wij moeten dit daarom betalen uit de financiële positie.
Transitietraject APPA naar ABP
Door de Wet toekomst pensioenen (Wtp) verandert het pensioenstelsel. Het pensioen van politieke ambtsdragers moet uiterlijk op 1 januari 2028 in het nieuwe stelsel zitten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) heeft hiervoor een wetsvoorstel gemaakt. Op 20 juli 2026 begon de consultatie. In die periode kunnen betrokken partijen reageren.
De huidige APPA-pensioenregeling stopt. Alle opgebouwde rechten gaan naar persoonlijke pensioenkapitalen bij het ABP. Dat is het pensioenfonds voor overheidswerknemers. Actieve politieke ambtsdragers bouwen vanaf de overdracht pensioen op bij het ABP. Wij betalen daarvoor voortaan premie.
De voorbereiding is complex. De gemeente is hier zelf verantwoordelijk voor. Het ABP praat niet rechtstreeks met individuele bestuursorganen. Daarom hebben wij externe expertise en ondersteuning nodig. Die krijgen wij van de huidige APPA-uitvoerder Idella.
Inhuur derden
Elk jaar geven wij meer uit aan externe inhuur dan het budget toelaat. Dit budget bestaat uit het geld van vacatures. Dat geld komt vrij als een medewerker vertrekt. Externe inhuur kost ongeveer 2 keer zoveel als een medewerker in dienst.
Bij een vacature moet onze dienstverlening doorgaan. Ook moeten wij onze taken blijven uitvoeren. De arbeidsmarkt is krap. Daardoor vullen wij vacatures niet altijd op tijd in. Dan hebben wij externe ondersteuning nodig.
Wij huren tijdelijk externen in voor vacatures op dossiers of taakvelden met hoge prioriteit. Ook doen wij dat voor functies die moeilijk te vullen zijn. Het verschil tussen inhuurkosten en vrijgevallen vacaturegeld is:
- wonen en ruimtelijke ordening: € 40.000
- business control en financiën: € 60.000
- uitvoering sociaal domein: € 35.000
- Uitvoering duurzaamheid: € 350.000
Samen is dat een overschrijding van € 485.000.
Voor het programma Duurzaamheid betalen wij inhuur en inzet van medewerkers ook in 2026 volledig uit derdengelden CDOKE (€ 350.000). Derdengelden zijn gelden van andere partijen. De dekking voor deze kosten zijn terug te vinden bij Programma 3 Fysieke leefomgeving taakveld 7.4 milieu.
Wij beoordelen per situatie of inhuur nodig is en hoeveel. Waar mogelijk zetten wij eerst interne oplossingen in. Voorbeelden zijn taken anders verdelen of tijdelijk meer uren in het team. Een deel van de managementvacatures hebben wij tijdelijk intern laten waarnemen.
Wij verminderen de inhuur structureel. Bij elke vacature en elke inhuuraanvraag kijken wij of wij het werk anders kunnen organiseren. Of wij het binnen de vaste bezetting kunnen opvangen. Of wij het tijdelijk kunnen uitstellen.
Ook vullen wij de bestaande taakstelling verder in. Dat is onze bezuinigingsopdracht aan de organisatie. Daardoor moeten wij de komende periode minder externe mensen nodig hebben. De overschrijding moet dan kleiner worden. Wij zoeken een balans tussen bezuinigen en het op niveau houden van onze dienstverlening.
In raadsinformatiebrief Z/25/108497/266566 van februari 2026 schreven wij al over onze grote financiële opgave. Wij sturen daarom scherp op het beschikbare geld. Binnen de budgetten is nauwelijks ruimte voor tegenvallers.
Tegenvallers zoals deze leggen wij apart voor in een financieringsvoorstel. Of wij verwerken ze in een bestuursrapportage. Met hetzelfde niveau van dienstverlening kunnen wij dit ook later niet voorkomen.
Deze prognose is onze verwachting op basis van wat wij nu weten. Het bedrag kan voor de jaarrekening nog veranderen. Wij verwerken en lichten financiële effecten toe bij de jaarrekening. Wij stellen voor de overschrijding van € 135.000 in 2026 te betalen uit de financiële positie.
Vervanging personeel bij ziekte (inclusief zwangerschap)
Het verzuim over september 2025 tot en met augustus 2026 was 6,4%. Een jaar eerder was het voortschrijdend verzuim 6%. Dat is het gemiddelde over de afgelopen 12 maanden. Het verzuim steeg dus licht.
Ons verzuim ligt wel onder dat van de branche. In 2025 was het verzuim bij Nederlandse gemeenten 7,1%. Dat is het hoogste in 20 jaar.
Wij zijn terughoudend met externe inhuur om de personeelskosten te beheersen. In de praktijk is inhuur vaak toch nodig. Ons ziekteverzuim is helaas licht gestegen. Om het werk te laten doorgaan, hebben wij externe ondersteuning nodig. Zie ook de uitleg bij inhuur van externen hierboven.
Dat zien wij terug in de cijfers van 2026. Door het verzuim en de vervanging is nu een overschrijding van € 543.000 ontstaan. In 2024 gaven wij nog € 750.000 extra uit aan externe inhuur. Vorig jaar brachten wij dat succesvol terug naar € 357.000.
Door het hogere verzuim staat de bezetting weer onder druk. De uitgaven aan inhuur stijgen daarom helaas weer. Wij beoordelen per situatie of er interne alternatieven zijn. De huidige verzuimdruk dwingt ons wel vaker tot externe inzet.
Gaat een medewerkster met zwangerschaps- of bevallingsverlof? Dan ontstaat het recht op een WAZO-uitkering van het UWV. Het UWV is het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Bij een ziekmelding van medewerkers met een bijzondere status (no-risk) ontvangt de werkgever ook een ZW-uitkering. ZW staat voor Ziektewet.
De werkgever ontvangt deze uitkeringen. Wij gebruiken ze om de medewerkster te vervangen die met verlof of ziek is. In totaal gaat het om € 73.673. Per saldo heeft dit geen effect op de financiële positie.
Per saldo is het nadeel in 2026 dus € 543.000. Wij stellen voor dit te betalen uit de financiële positie.
Voormalig personeel
De wet verplicht de gemeente om eigenrisicodrager te zijn voor de Werkloosheidswet (WW). Dat betekent dat wij zelf de WW-uitkeringen van voormalige medewerkers betalen. Op basis van de huidige uitkeringen kost dit € 37.000 extra in 2026. In 2027 is dat € 19.000 extra. Wij stellen voor dit te betalen uit de financiële positie.
Ontvangsten van derden
Van A.S.R. ontvangen wij € 379.663. Dat is het opgebouwde kapitaal van een voormalig wethouder. Deze wethouder gebruikt per 1 september 2026 het APPA-pensioen. Wij voegen het bedrag toe aan de voorziening wethouderspensioenen. Dat is onze pot voor pensioenverplichtingen aan wethouders. Daarmee kunnen wij het pensioen betalen. Dit heeft geen effect op de financiële positie.
Daarnaast ontvangen wij in 2026 in totaal € 148.091 en in 2027 € 7.500. Dit gaat onder andere over uitkeringen bij langdurige arbeidsongeschiktheid waarvoor de gemeente verzekerd is. Ook gaat het over loonkostensubsidie, compensatie voor transitievergoedingen en subsidie voor vitaliteit. Daar staan direct gerelateerde uitgaven tegenover. Per saldo heeft dit geen effect op de financiële positie.
Overige personeelslasten
Binnen het taakveld Overhead (het deel personeel) is een structureel nadeel van € 34.000 ontstaan. Het gaat om kleine verschillen. Daarom lichten wij dit hier niet verder toe. Wij stellen voor dit te betalen uit de financiële positie.
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
Personeelslasten | 168.280 | 169.063 | 160.659 | 98.245 |
Inhuur derden | 135.000 | |||
Inhuur derden bij ziekte | 543.000 | |||
Inhuur derden Duurzaamheid | 350.000 | |||
Totaal | 1196.280 | 169.063 | 160.659 | 98.245 |
Overig kleine verschillen binnen taakveld 0.4 overhead (nadeel structureel € 3.000)
Taakveld 0.5 Treasury (voordeel incidenteel van € 1.100.000 in 2026)
In de begroting 2026 is rekening gehouden met het aantrekken van kasgeldleningen en/of langlopende geldleningen gebaseerd op de geplande investeringen voor het jaar 2026. In verband met vertraging in de uitvoering van onze investeringen is de verwachting dat er dit jaar geen langlopende leningen meer aangetrokken hoeven te worden en dit resulteert in een voordeel van € 925.000. Als gevolg van de vertraging van de investeringen zal bij de actualisatie van de kapitaallasten in jaar 2027 dit ook gaan leiden tot lagere kapitaallasten (= rente en afschrijving) in jaar 2027. De bijstelling van de kapitaallasten vindt plaats in de eerste bestuursrapportage 2027, nadat de jaarrekening 2026 is afgerond en de definitieve onderuitputtingen zijn verwerkt. Als gevolg van positieve saldi op onze bankrekeningen is er rente op onze rekeningen bijgeschreven. Dit levert een extra rente-inkomst op van € 175.000. In totaliteit is sprake van een incidenteel voordeel op renten van in totaal € 1.100.000 voor het jaar 2026. Er stond meer geld op onze bankrekeningen dan verwacht. Daardoor ontvingen wij extra rente van € 175.000. Samen met de € 925.000 hierboven is dat in 2026 een eenmalig voordeel van € 1.100.000.
Taakveld 0.64 Belastingen overig (voordeel structureel € 35.000)
Door het verhogen van het tarief in 2026 naar het landelijk gemiddelde van € 1,96 per overnachting en het laten uitvoeren van een controle op de nachtregisters van de nachtverblijfverschaffende ondernemers is de opbrengst van de heffing hoger dan begroot. Verwacht wordt een structurele meeropbrengst van € 35.000 per jaar.
Taakveld 0.7 Algemene uitkering (voordeel van € 653.000 in 2026 aflopend naar € 398.000 in 2029)
Meicirculaire (voordeel incidenteel van € 680.000 in 2026)
De meicirculaire 2026 is een brief van het Rijk over onze algemene uitkering. Dat is het geld dat we van het Rijk krijgen. In 2026 krijgen we hierdoor € 680.000 meer. Daar staan extra lasten tegenover:
- Programma 1 en 3 (overige kleine verschillen): samen € 27.000 nadeel.
- Programma 5, onderdeel Participatie: € 180.000 nadeel.
- Programma 5, kleine verschillen: € 22.000 nadeel.
Programma's zijn onderdelen van onze begroting. Meer uitleg vindt u in de raadsinformatiebrief meicirculaire 2026. Dat is de brief aan de gemeenteraad.
Septembercirculaire (nadeel € 27.000 voor 2026 en vanaf 2027 een structureel voordeel oplopend naar € 436.000 in 2030)
De septembercirculaire 2026 verlaagt onze algemene uitkering voor 2026 met € 27.719. Vanaf 2027 gaat de uitkering omhoog, oplopend naar € 435.669 in 2030. Houd daarbij rekening met extra lasten op programma 3, 5 en 6. Meer uitleg vindt u in de raadsinformatiebrief septembercirculaire 2026.
Taakveld 0.8 Overige baten en lasten (nadeel structureel 129.000 in 2026 en vanaf 2027 € 278.000)
Budget bijdrage GGD 2024 en 2025 (incidenteel voordeel 29.000 in 2026)
In 2026 kregen we geld terug van de GGD over 2024 en 2025. Het gaat om subsidie voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Ook krijgen we geld terug uit de afrekening van de huisvesting van de JGZ-locatie. Hiermee hadden we nog geen rekening gehouden. Dit geeft in 2026 een eenmalig voordeel van € 29.000.
Intrekken taakstelling gemeenschappelijke regelingen (nadeel structureel € 116.000)
Wij halen in 2026 onze bezuiniging op de gemeenschappelijke regelingen niet. Dat is een structureel nadeel van € 116.000. Gemeenschappelijke regelingen zijn samenwerkingsverbanden van gemeenten.
Wij namen in de begroting vanaf 2026 een taakstelling op voor de bijdragen aan deze regelingen. Een taakstelling is een bezuinigingsopdracht. Voor 2026 is dat € 116.000.
De regelingen verhogen hun lonen en prijzen sterker dan de compensatie die wij via de algemene uitkering krijgen. Die verhoging heet indexatie. Ze is ook hoger dan onze taakstelling. De compensatie die gemeenten krijgen, wijkt daardoor af van wat wij met de regelingen hebben afgesproken. De meeste regelingen hebben onze taakstelling overgenomen: 1,5% in 2027, oplopend naar 3% in 2028. Toch is onze bijdrage gestegen.
Het tekort is eigenlijk groter dan € 116.000. De gemeenteraad heeft de netto-stijging van onze bijdrage per regeling al verwerkt. Dat gebeurde toen de raad de begrotingen van de regelingen vaststelde. Het tekort van € 116.000 is dus alleen onze eigen ombuiging die niet lukt. Een ombuiging is een bezuiniging. Wij vinden dit op termijn niet houdbaar voor onze begroting.
De concerncontrollers van regio Rivierenland adviseren daarom een andere indexatie. De regelingen gebruiken dan dezelfde indexatie als het Rijk in de septembercirculaire. Zij adviseren dit stap voor stap te doen. In 2028 passen we 50% van het verschil tussen de oude en de nieuwe werkwijze toe. In 2029 is de indexatie voor de regelingen gelijk aan die van de algemene uitkering in het gemeentefonds.
Voor 2026 halen we de ombuiging van € 116.000 dus niet. Dit is een structureel nadeel.
Deel gerealiseerd taakstelling verzekeringen (nadeel structureel € 42.388)
Bij de aanbesteding van onze verzekeringen hebben we een structureel voordeel van € 42.388 behaald. Dat voordeel staat op verschillende taakvelden in deze bestuursrapportage. Wij verrekenen het met de taakstelling voor verzekeringen uit de begroting 2026. Daarom ziet u hier een structureel nadeel van € 42.388. Per saldo is het effect in deze bestuursrapportage neutraal.
Stelpost prijsstijging 2027 (nadeel structureel € 120.000 vanaf 2027)
Wij verhogen de stelpost prijsstijging 2027 volgens de percentages in de septembercirculaire 2026. Een stelpost is een reservering in de begroting. Dit geeft vanaf 2027 een structureel nadeel van € 120.000. Meer informatie vindt u in de raadsinformatiebrief septembercirculaire 2026.
